Waar begeerte koning is, loopt het in de hersenen mis.
Om het even wélke begeerte een mens ook voelt, het wijst er op dat hij iets 'mist', dat hij zichzelf niet in Volheid als autonoom wezen kan beleven.
Maar begeerte leidt naar de dood en zal daarom steeds begeleid worden door een gevoel van Angst, mits de angst het signaal is dat wordt uitgezonden door onze Levende Zelfkern om ons erop te wijzen dat we op een weg naar de dood zitten. En dit signaal maant ons aan de begeerte te lossen, om tot autonomie te komen, in het liefdevolle besef van onze Volheid.
Begeerte heeft veelal te maken met 'het verwachten' van de andere, of dat hét andere je zou vervullen. Het is de inzuigende kracht, de verslindende, opslorpende beweging die niet-leven-gevend is!
Blijft een mens hierin hangen, dan zal hij steeds meer verlangen, nooit tevreden zijn en zichzelf onthouden van de ware Zelf vervullende Levensvreugde.
Toch hoeft een mens zijn begeerten niet te veroordelen, maar om op het pad van de Gevende Liefde naar het ware leven te kunnen gaan, dient hij te kijken naar datgene waarvoor het object waarnaar de begeerte of het verlangen uitgaat 'symbool' staat, teneinde dit in zichzelf te kunnen integreren.
Eens kwam de mens uit de oerschoot en steeds weer liet hij zich in deze oerschoot opnemen, in de lichamelijke dood.
De onsterfelijkheid van een mens dient dan ook gebouwd te worden op een Stevige Basis van Autonomie: de mens die zich niet langer laat grijpen door de inzuigende, onbewuste krachten van de moederbasis, maar stevig en zelfstandig, gelovend in zijn Meesterlijke Scheppingskrachten, zijn leven in handen neemt en wéét dat hij onsterfelijk IS.
Hij die inzuigt, begeert en slechts 'verwacht' van de andere, zal zelf worden ingezogen in de armen van de oermoeder, van de dood.
Hij die Goedheid straalt en leven gééft, zal door het Leven worden beloond.
Hij die de aandacht begeert van een ander, geeft hiermee te kennen, dat hij, wil hij in Volheid zichzelf kunnen beleven, aandacht aan zijn ware zelf dient te schenken.
Hij die de liefde van een ander verwacht, geeft veelal te kennen dat hij tot ware zelf-liefde dient te komen.
Hij die verlangt naar seksuele uitwisseling, geeft hiermee te kennen dat hij wil meester worden over zijn scheppingskrachten, dat hij verlangt écht tot leven te komen!
Hij die complimentjes 'begeert' van anderen, verlangt in feite naar erkenning en de waardering door zichzelf.
Hij die verwacht dat anderen hem mooi zouden vinden, verlangt ernaar zichzelf graag te zien.
Hij die het geld aanbidt, wenst zijn eigen waarde te kennen. Hij is eigenlijk op zoek naar het goud in zichzelf, maar kijkt ernaast.
Op dit pad van 'het najagen' en 'het willen hebben van'... in deze bezetenheid kunnen de hersenen zich niet werkelijk ten dienste stellen van het Leven. Omdat de Levende Zelfkern van de mens nu eenmaal de optimale werking van de hersenen blokkeert, wanneer de mens niet in de richting van het ware Leven leeft.
Zo blijkt een mens, die begeerte als koning heeft, niet echt gezond en creatief vernieuwend meer te kunnen denken; zijn hersenen zullen tenslotte 'verschrompelen'.
Een véél grotere Potentie is in de mens aanwezig, maar hij benut deze niet, omdat hij zich vastzet in het beperkende patroon van Begeerte en Gewoonte. Hij leeft zoals hij 'hoort' te leven in zijn maatschappij, als een kuddedier zonder meer.
Omdat de dood altijd bestaan heeft, gaat hij ook dood: in het patroon van het verleden vastzittend... Hij stelt zich niet eens de vraag of het wel anders zou kunnen... Zijn bevooroordeeldheid of zombie-schap getuigt niet van 'gezond' verstand!