Recente berichten

#1
Diederik Wolsak / EUROTAS 2009 Italy Wolsak Died...
Laatste bericht door Puppetji - Vandaag om 01:01

Via deze video was plots mijn interesse in Diederik Wolsak gewekt, want op 20.18 min in de video hoorde ik plots een mij zeer bekende en hoog gewaardeerde man een vraag stellen aan Diederik: Stanislav Grof!
#3
Deugdelijk onderzoek / De filosofie van het wordende
Laatste bericht door Puppetji - Vandaag om 00:03
De filosofie van het wordende (of "filosofie van het worden") verwijst naar een belangrijke stroming in de westerse filosofie die de nadruk legt op verandering, proces, dynamiek en wording in plaats van op statisch zijn (being). Het is het tegengestelde van een filosofie die uitgaat van vaste, onveranderlijke essenties.

Kernidee

In deze visie is de werkelijkheid geen verzameling van stabiele "dingen" die eeuwig hetzelfde blijven, maar een voortdurend proces van worden, stromen en transformeren. Niets staat stil; alles is in beweging.

Belangrijke denkers

Heraclitus (ca. 540–480 v.Chr.)
Hij is de oervader van deze traditie. Bekend om zijn uitspraak "Panta rhei" — alles stroomt. Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen, omdat zowel het water als jijzelf voortdurend verandert. Voor Heraclitus is de oerstof vuur: symbool van constante transformatie. Verandering ontstaat door dialectische spanning (strijd tussen tegenstellingen die toch een eenheid vormen).

Hegel (1770–1831)

Hij ontwikkelde dit verder in zijn dialectiek: thesis → antithese → synthese. Het zijn (Zijn) en het niets (Niets) gaan over in het worden (Werden). De geschiedenis en de geest ontwikkelen zich door contradicties heen naar een hogere eenheid. Hegels filosofie is een grote ode aan het dynamische proces.

Nietzsche

Hij radicaliseert het: het leven is eeuwige wording, geen statisch doel. Met het idee van de eeuwige terugkeer daagt hij ons uit om zo te leven dat we elke moment zouden willen herhalen. Worden wat je bent — door creatieve zelfoverwinning.

Bergson

Met zijn concept van durée (duur) benadrukt hij de continue, ononderbroken stroom van de tijd die niet in discrete momenten op te splitsen is. Intuïtie is belangrijker dan intellect om deze wording te begrijpen. Zijn werk beïnvloedde de procesfilosofie.
Procesfilosofie (o.a. Alfred North Whitehead)
In de 20e eeuw wordt dit expliciet: de werkelijkheid bestaat uit "actual occasions" — kortstondige gebeurtenissen van wording. God zelf wordt soms gezien als proces in plaats van statische substantie.

Tegenpool: Filosofie van het Zijn

Parmenides: Er is alleen eeuwig, onveranderlijk Zijn; verandering is illusie.
Plato: De ware realiteit ligt in de onveranderlijke Ideeën; de zintuiglijke wereld is een schaduw van wording en verval.

Waarom relevant vandaag?

Deze filosofie spreekt aan in een tijd van snelle technologische, sociale en klimatologische verandering. Ze nodigt uit tot:

  • Flexibiliteit en aanpassing in plaats van rigide controle.
  • Creativiteit en zelfwording (existentialisme).
  • Een ecologisch bewustzijn: alles is verbonden in een groot wordend proces.

In het Nederlands wordt dit thema vaak besproken in verband met Heraclitus, Hegel en hedendaagse denkers. Er is geen klassiek boek met exact de titel "De filosofie van het wordende", maar het is een levend begrip in de procesfilosofie en existentiële traditie.

Bron: Grok AI
#4
Ramesh Balsekar / Bevrijding ligt in radicale ac...
Laatste bericht door ervaringsgetuige - 12 juni 2026, 21:44 u
"Bevrijding ligt in radicale acceptatie van wat is"

Zei Ramesh Balsekar, wat verder uitgewerkt werd door Wayne Liquorman in zijn boek ACCEPTANCE OF WHAT IS, A Book About Nothing

Belangrijke Inzichten uit het Boek

Het lichaam-geest-systeem is een instrument: Het werkt zoals het werkt, omdat het zo ontworpen is. Je hoeft het niet te forceren of te veranderen.

  • Verzet veroorzaakt lijden: Het is niet de situatie zelf, maar je weerstand ertegen die het lijden veroorzaakt.

  • Acceptatie is geen passiviteit: Het betekent niet dat je niets doet, maar dat je stopt met vechten tegen de realiteit van het moment.

  • Spirituele staten zijn niet het doel: Toestanden zoals samadhi zijn fenomenen, maar geen garantie voor bevrijding of inzicht. Het gaat om het herkennen van de aard van het bewustzijn zelf.

Citaten uit het boek (vrij vertaald)

  • Het denken is een functie van het brein, net zoals het hart klopt. Je kunt het niet uitschakelen door wilskracht. Acceptatie van dit feit is bevrijdend.

  • Samadhi is een staat waarin het persoonlijke zelf tijdelijk afwezig is, maar dat is niet hetzelfde als ontwaken. Werkelijke bevrijding is het doorzien van de illusie van het persoonlijke zelf, midden in het gewone leven.

Waarom is dit bevrijdend?

Door te accepteren wat is, valt het innerlijke gevecht weg. Er ontstaat ruimte, rust en helderheid. Je hoeft niet langer te streven naar een andere staat, een andere jij, of een andere werkelijkheid. Je bent precies waar je moet zijn – en dat besef is de bevrijding waar Advaita op doelt.
 
Meer weten?

Het boek van Wayne Liquorman is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in non-dualiteit, Advaita en praktische spiritualiteit.

 
Velen begrijpen "de radicale acceptatie van wat is" niet, of verkeerd, denken dat dit aanzet tot passief ondergaan en niet meer reageren.

Veel mensen vatten "radicale acceptatie van wat is" op als een oproep tot passiviteit of gelatenheid, maar dat is een misvatting. In de context van Advaita Vedanta en de leringen van Balsekar en Liquorman betekent radicale acceptatie vooral het volledig erkennen van de huidige werkelijkheid, inclusief je gevoelens, gedachten en omstandigheden, zonder innerlijk verzet of ontkenning.

Dit betekent niet dat je niet meer mag handelen of reageren. Het gaat erom dat je handelen niet langer voortkomt uit strijd met de werkelijkheid, maar uit helderheid en inzicht. Je blijft dus gewoon reageren op wat zich aandient, maar zonder de extra lading van verzet, oordeel of het idee dat het anders móét zijn. In feite ontstaat er juist meer ruimte voor authentiek en adequaat handelen, omdat je niet langer gevangen zit in innerlijk conflict.

Radicale acceptatie is dus geen passief ondergaan, maar een actieve, bewuste houding van openheid en helderheid tegenover het leven zoals het zich ontvouwt. Het is het verschil tussen verlamd zijn door weerstand en vrij zijn om te handelen vanuit inzicht en rust.


Veel mensen denken dat acceptatie gelijkstaat aan onderwerping of inactiviteit omdat het begrip "acceptatie" vaak wordt verward met passief alles ondergaan zonder verweer of actie. Dit misverstand heeft verschillende oorzaken:

  • Culturele en opvoedkundige invloeden: In veel opvoedings- en onderwijssystemen wordt gehoorzaamheid als deugd gepresenteerd, waarbij acceptatie van wat van buitenaf wordt opgelegd gelijkgesteld wordt aan onderwerping en aanpassing aan de status quo. Hierdoor ontstaat het idee dat accepteren betekent dat je je eigen grenzen en behoeften opgeeft.

  • Ervaringen met macht en onderdrukking: Mensen die in een machtsverhouding staan waarin hun stem niet telt, ontwikkelen vaak een overlevingsstrategie van onderwerping: ze laten dingen toe die ze eigenlijk niet willen, uit angst voor conflict of afwijzing. Voor hen klinkt "acceptatie" als het opgeven van zelfbeschikking.

  • Taalverwarring: Het Nederlandse woord "acceptatie" wordt in het dagelijks taalgebruik vaak geassocieerd met berusting of je ergens bij neerleggen, wat passief klinkt. De spirituele betekenis – het actief, bewust erkennen van de werkelijkheid zonder innerlijk verzet, maar mét ruimte voor handelen – is minder bekend.

  • Sociaal-psychologische mechanismen: Volgens denkers als Paulo Freire leidt langdurige onderdrukking tot een 'onderdrukt bewustzijn', waarin mensen zichzelf niet meer als handelend subject zien, maar als object dat de omstandigheden moet ondergaan[4]. Acceptatie wordt dan automatisch gezien als het opgeven van autonomie.

In werkelijkheid is radicale acceptatie juist het tegenovergestelde van passiviteit: het is een helder, open waarnemen van de situatie, waardoor je vrijer en effectiever kunt handelen zonder verstrikt te raken in innerlijk verzet of slachtofferschap.


Waarom associeert men acceptatie vaak met onderwerping in plaats van kracht?

De associatie van acceptatie met onderwerping in plaats van kracht komt voort uit verschillende psychologische en sociale factoren:

  • Behoefte aan controle en zelfbescherming: Mensen hebben een fundamentele behoefte aan controle en een positief zelfbeeld. Acceptatie wordt vaak gezien als het opgeven van controle, waardoor het als zwak of onderdanig wordt geïnterpreteerd. Het idee leeft dat wie accepteert, zich neerlegt bij de situatie en geen moeite meer doet om deze te veranderen, wat als krachteloos wordt beschouwd.

  • Culturele en sociale rolverwachtingen: In veel samenlevingen wordt kracht geassocieerd met actie, verzet en het nemen van initiatief, terwijl aanvaarden of accepteren wordt gezien als passief en meegaand. Sociale rollen en verwachtingen sturen mensen richting actief handelen en het tonen van weerbaarheid, waardoor acceptatie vaak wordt verward met het klakkeloos ondergaan van omstandigheden.

  • Egocentrische en defensieve projectie: Mensen projecteren hun eigen overtuigingen en angsten op anderen. Omdat men zichzelf graag ziet als krachtig en autonoom, wordt acceptatie bij anderen (en soms bij zichzelf) geïnterpreteerd als een gebrek aan daadkracht of als een vorm van overgave aan externe machten.

  • Taalgebruik en framing: In de dagelijkse taal wordt "accepteren" vaak gebruikt in de context van "je erbij neerleggen", wat een passieve, machteloze houding impliceert. De spirituele of psychologische betekenis van acceptatie als bewuste kracht wordt daardoor minder herkend.

In werkelijkheid vraagt echte acceptatie juist moed en innerlijke kracht: het is actief de werkelijkheid onder ogen zien zonder je te verschuilen achter verzet of illusies. Pas vanuit die helderheid ontstaat authentieke kracht om te handelen waar dat mogelijk is.
#5
Stanislav Grof / Bewustzijn is niet gelijk aan ...
Laatste bericht door ervaringsgetuige - 12 juni 2026, 21:01 u
Stanislav Grof maakt een duidelijk onderscheid tussen "bewustzijn" en "zich herinneren", waarbij hij niet automatisch zegt dat deze twee hetzelfde zijn. Grof pleit juist voor een veel ruimere en diepere definitie van bewustzijn dan die van het simpele cognitieve proces dat we met geheugen verbinden. Volgens hem is bewustzijn een fundamenteel en universeel fenomeen dat niet beperkt is tot hersenactiviteiten of aan cognitieve functies zoals herinneren en verbaal ophalen van ervaringen.

Het feit dat de hersenen bij de geboorte nog niet volledig ontwikkeld zijn, betekent volgens Grof niet dat het bewustzijn toen niet aanwezig of betekenisvol was. Integendeel, hij ziet bewustzijn als iets dat onafhankelijk van hersenstructuren kan bestaan en ook kan functioneren buiten de grenzen van rationeel, verbaal geheugen. Het niet kunnen herinneren van de geboorte in woorden of beelden is dus een beperking van het cognitieve geheugen, maar niet van het veld of de dimensie van bewustzijn zelf.

Grof pleit ervoor dat ervaringen en indrukken uit vroege levensfases, waaronder de geboorte, als non-verbale, lichamelijke, emotionele of transpersoonlijke ervaringen kunnen worden ervaren, vooral via holotrope bewustzijnstoestanden zoals diepe meditatie of ademwerk. Deze ervaringen worden niet per se als "herinneringen" in de gewone zin opgevat, maar als betekenisvolle bewustzijnsinhouden die in staat zijn helend en transformerend te zijn.

Samengevat in Grofs geest:

  • Bewustzijn is niet gelijk aan geheugen. Herinneren is een cognitieve functie van het brein; bewustzijn is een fundamenteler, mogelijk niet-fysiek fenomeen.

  • Het niet kunnen herinneren van de geboorte komt voort uit de beperkte ontwikkeling van het cognitieve, verbale geheugen bij de geboorte, niet uit afwezigheid van bewustzijn.

  • Vroege ervaringen kunnen als gevoelens, indrukken of transpersoonlijke ingevingen wel "ervaren" worden in vormen die buiten rationeel herinneren liggen.

Daarom is het vanuit Grofs perspectief correct om te zeggen dat hersenen niet voldoende ontwikkeld zijn voor herinneren, terwijl bewustzijn zelf toch al aanwezig en betekenisvol kan zijn.
#6
Ramesh Balsekar / Maakte Ramesh Balsekar een ond...
Laatste bericht door Puppetji - 12 juni 2026, 20:27 u
Maakte Ramesh Balsekar een onderscheid tussen "Wie ben ik?" en "Wat ben ik?"?

Ja, Ramesh Balsekar maakte subtiel onderscheid tussen "Wie ben ik?" en "Wat ben ik?", maar beide wijzen naar dezelfde non-duale realiteit van puur Bewustzijn.

"Wie ben ik?"

Deze vraag, geïnspireerd op Ramana Maharshi, richt zich op het ontmaskeren van het valse 'ik'-gevoel of ego als doener. Balsekar gebruikte het om te laten zien dat er geen individuele entiteit is die denkt, handelt of zoekt – alles is spontaan in het Bewustzijn.

"Wat ben ik?"

Hier verschuift de focus naar de natuur van wat resteert na het vallen van het ego: het onpersoonlijke, keuzeloze Bewustzijn zelf, dat alles is en geen 'wie' heeft. Het benadrukt dat je niet een 'iemand' bent, maar de totale manifestatie van het Absolute.

Geen Scheiding Uiteindelijk

Voor Balsekar versmelten beide vragen; ze zijn hulpmiddelen om te zien dat er nooit een zoeker was. "Wie" lost op in "wat" – puur Zijn zonder subject of object.
#7
Thorwald Dethlefsen & Rüdiger Dahlke / De nieren & de blaas
Laatste bericht door Puppetji - 12 juni 2026, 20:19 u
De nieren

 De nieren vertegenwoordigen in het menselijk lichaam het gebied van de menselijke relatie. Nierpijnen en nierziekten komen altijd voor, wanneer men zich in conflictsituaties met de eigen partner bevindt. Met deze partnerrelatie bedoelen wij hier niet seksualiteit, maar heel wezenlijk de manier waarop wij onze medemensen tegemoet treden.
De specifieke manier waarop iemand een andere mens tegemoet treedt, wordt het duidelijkst zichtbaar in de partnerrelatie, maar ook in het contact met andere personen.

Om de samenhang die bestaat tussen de nieren en de partnerrelatie beter te kunnen begrijpen, kan het nuttig zijn eerst de psychische achtergronden van zo'n relatie wat nauwkeuriger te bekijken.

 Door de polariteit van ons bewustzijn zijn wij ons niet bewust van onze totaliteit, van ons ge-heel-zijn, maar identificeren wij ons altijd slechts met een fragment van het zijnde. Dit fragment noemen wij 'ik'. Dat wat ons ontbreekt, is onze schaduw, die wij – per definitie – niet kennen.

De weg van de mens is de weg naar grotere bewustheid. De mens wordt voortdurend gedwongen zich bewust te maken van tot dan toe onbewust gebleven schaduwgedeelten en deze te integreren in zijn identificatie. Dit leerproces kan pas worden afgesloten, wanneer wij een vol-komen bewustzijn bezitten, wanneer wij 'heel' geworden zijn. Deze eenheid omvat de totale polariteit in haar on-gescheidenheid, dus ook het mannelijke en het vrouwelijke.

 De volkomen mens is androgyn, dat wil zeggen, hij heeft de mannelijke en vrouwelijke aspecten in zijn psyche tot een eenheid samengesmolten. Men mag de androgyn niet verwisselen met een hermafrodiet, een tweeslachtig wezen. Vanzelfsprekend heeft het androgyn-zijn betrekking op het psychisch niveau – het lichaam behoudt zijn geslacht. Maar het bewustzijn identificeert zich niet langer daarmee (zoals het kleine kind, dat lichamelijk ook een geslacht heeft, zich daarmee niet identificeert). Het doel van het androgyn-zijn wordt naar buiten toe ook uitgedrukt in het celibaat en in de kleding van priesters en monniken.

Man-zijn betekent, dat men zich met de mannelijke pool van zijn psyche identificeert, waardoor het vrouwelijk deel automatisch in het schaduwgebied valt; vrouw-zijn betekent dienovereenkomstig, dat men zich met de vrouwelijke pool van de psyche identificeert, waardoor de mannelijke pool in het schaduwgebied terechtkomt. Het is onze opgave onze schaduw bewust te maken. Dat kunnen wij alleen maar via de omweg van de projectie. Wij moeten dat wat ons ontbreekt via de omweg van het 'buiten' zoeken en vinden, hoewel het in werkelijkheid altijd in ons aanwezig is.

 Dat klinkt aanvankelijk paradoxaal – en wordt daarom misschien zo zelden begrepen. Maar kennis kunnen wij nu eenmaal niet verwerven zonder de splitsing in subject en object. Het oog kan bijvoorbeeld wel zien, maar kan daarom beslist nog niet zichzelf zien – daarvoor heeft het de omweg nodig van de projectie op een reflecterend vlak. Alleen op die manier kan het zichzelf kennen. Wij mensen bevinden ons in dezelfde situatie. De man kan het vrouwelijk deel van zijn psyche (C. G. Jung noemt dat anima) slechts via de projectie op een concrete vrouw zich bewust maken – hetzelfde geldt omgekeerd voor de vrouw.

Wij kunnen ons de schaduw gelaagd voorstellen. Er zijn hele diepe lagen, die afgrijzen in ons oproepen en ons daarom grote angst inboezemen – er zijn ook lagen die dicht onder de oppervlakte liggen en door ons willen worden aangeraakt en bewust gemaakt. Ontmoet ik nu een mens, die een gebied be-leeft, dat bij mijzelf in een bovenlaag van mijn schaduwgebied ligt, dan word ik verliefd op hem. Het woord 'hem' slaat op het begrip 'mens', dus op man óf vrouw! Maar bovendien kan dit woord 'hem' betrekking hebben zowel op die andere mens, als op het eigen schaduwgedeelte, want beiden zijn uiteindelijk hetzelfde.

 Wat wij in een andere mens beminnen of haten, ligt uiteindelijk altijd in ons zelf. Wij spreken dan over liefde, wanneer een andere mens een schaduwgebied reflecteert, dat wij graag in ons bewust zouden maken, maar wij noemen het haat, als iemand een zeer diepe laag van onze schaduw reflecteert, die wij nog helemaal niet in onszelf willen tegenkomen. Wij vinden het andere geslacht aantrekkelijk, omdat het ons ontbreekt. Wij voelen er vaak angst voor, omdat het ons onbewust is. De ontmoeting met een partner is de ontmoeting met het onbewuste aspect van onze ziel (psyche). Wanneer wij eenmaal helder zien hoe onze eigen schaduwgebieden in de andere mens weerspiegeld worden, zullen wij alle problemen in onze partnerrelatie met andere ogen bezien. Alle moeilijkheden die wij hebben met onze partner, zijn moeilijkheden die wij hebben met onszelf.
 Onze verhouding tot ons onbewuste is altijd ambivalent – het lokt ons aan en boezemt ons angst in. Even ambivalent is onze verhouding tot onze partner – wij houden van hem en haten hem, wij willen hem helemaal bezitten en het liefst van hem af zijn, wij vinden hem prachtig en verschrikkelijk.
In alle activiteiten en alle wrijvingen, die een partnerrelatie beheersen, zijn wij altijd bezig met onze schaduw. Daarom voelen zeer verschillende mensen zich altijd tot elkaar aangetrokken.
Niet alleen de Fransen ('les extrêmes se touchent') weten, dat de uitersten elkaar raken, maar toch is men telkens weer verbaasd, 'hoe uitgerekend die twee elkaar gevonden hebben, terwijl zij toch helemaal niet bij elkaar passen'. Zij passen des te beter, naarmate de tegenstellingen groter zijn, want ieder be-leeft de schaduw van de ander, of – toegespitst gezegd – ieder laat zijn eigen schaduw leven van de partner.

Partnerrelaties tussen twee op elkaar lijkende mensen zijn weliswaar minder riskant en ook probleemlozer, maar dragen meestal niet veel bij tot de ontwikkeling van de betrokkenen: in de ander wordt dan slechts het eigen, bewuste gebied gereflecteerd – en dat is weinig gecompliceerd en vervelend, in de zin van saai! Men vindt elkaar over en weer voortreffelijk en projecteert de gemeenschappelijke schaduw op de resterende omgeving, die men dan ook gemeenschappelijk uit de weg gaat.

 Vruchtbaar zijn slechts de wrijvingen in de partnerrelatie, want alleen door in de ander met de eigen schaduw bezig te zijn, komt men dichter bij zichzelf. Daarmee wordt wel duidelijk, dat het uiteindelijke doel van de partnerrelatie ligt in de eigen ver-volmaking, in de eigen totaliteit.
 
In het ideale geval zouden aan het eind van een partnerrelatie twee mensen moeten staan, die allebei in zichzelf vol-maakt zijn geworden, of minstens – wanneer wij niet over een ideaal geval willen praten – meer 'heel' geworden zijn, omdat zij onbewuste delen van de psyche in zichzelf hebben doorgelicht en op die manier in hun bewustzijn hebben kunnen integreren. Aan het einde staat dus niet het kirrende, verliefde paar, waarvan de ene helft niet kan leven zonder de andere.

De aanduiding dat men zonder de ander niet kan leven, maakt slechts duidelijk, dat iemand uit louter gemakzucht (men zou ook kunnen zeggen: lafheid) de ander gebruikt om de eigen schaduw te laten leven, zonder pogingen te ondernemen zich met de projectie bezig te houden en deze terug te nemen.
In dergelijke gevallen (en dat is het merendeel!) staat een partner de ander ook niet toe, dat deze zich verder ontwikkelt, omdat daardoor de gewoon en vertrouwd geworden rollen onzeker zouden worden. Is een van beiden in psychotherapeutische behandeling, dan klaagt de partner vaak, dat de ander zo ontzettend veranderd is... ('Wij wilden eigenlijk toch alleen maar dat het symptoom verdween!')

 Een partnerrelatie heeft dan haar doel bereikt, wanneer men de ander niet meer nodig heeft. Alleen in zo'n geval heeft men de belofte van 'eeuwige liefde' serieus genomen. Liefde is een daad van het bewustzijn en betekent, dat men de eigen bewustzijnsgrens openstelt voor datgene wat men liefheeft, om zich daarmee te verenigen. Dat is pas gebeurd, wanneer men alles wat de partner representeerde, in zich heeft opgenomen – anders gezegd – wanneer men alle projecties teruggenomen en zich daarmee verenigd heeft. Daarmee is de partner als projectievlak leeg geworden – leeg in de zin van: zonder aantrekking en zonder afstoting; de liefde is eeuwig, dat wil zeggen, onafhankelijk geworden van de tijd, omdat zij in de eigen psyche werd verwerkelijkt.

Dergelijke overwegingen roepen altijd angst op bij mensen, die met hun projecties zeer in het materiële gevangen zitten. Zij binden liefde aan de verschijningsvorm, in plaats van aan bewustzijnsinhouden. Bij zo'n houding wordt de vergankelijkheid van het aardse een bedreiging en men hoopt dan zijn 'dierbare naastbestaanden' in de andere wereld terug te vinden. Daarbij ziet men over het hoofd, dat de 'andere wereld' altijd aanwezig is. De andere wereld is het gebied aan gene zijde van de materiële vormen.
Men hoeft slechts al het zichtbare in het bewustzijn te transmuteren, en men is al aan gene zijde van de vormen. Al het zichtbare is slechts gelijkenis, waarom zou het dan bij de mensen anders zijn? De zichtbare wereld moet door ons leven overbodig worden gemaakt – dat geldt ook voor de partner. Problemen ontstaan pas dan, wanneer twee mensen hun partnerrelatie op een verschillende manier 'benutten', doordat de een met zijn projecties bewust bezig is, deze verwerkt en weer terugneemt, de ander echter volledig in de projecties blijft steken. Dan kan het moment niet uitblijven, waarop de een van de ander afhankelijk wordt, terwijl het hart van die ander breekt. Blijven echter beide partners in de projectie steken, dan zien wij een liefde tot in het graf–en daarna het grote leed omdat de ander ontbreekt!

Gelukkig de mens, die begrijpt dat hem juist dat niet kan worden afgenomen (en ook alleen maar dát, wat hij in zichzelf verwerkelijkt heeft). Liefde wil één zijn, verder niets. Zolang zij nog op 'buiten'-liggende objecten is gericht, heeft zij haar doel niet bereikt.

Het is belangrijk deze innerlijke structuur van een partnerrelatie heel precies te kennen, wil men de analoge betrekkingen met het gebeuren in de nieren kunnen begrijpen. Wij vinden in het lichaam zowel enkelvoudige organen (bijvoorbeeld maag, lever, pancreas, milt) als in paren voorkomende organen (bijvoorbeeld longen, teelballen, eierstokken en nieren).

Wanneer wij de gepaarde organen bekijken is het opvallend, dat zij allemaal een betrekking hebben met het thema 'contact' en 'partnerrelatie'. Daarbij vertegenwoordigen de longen het vrijblijvende contact- en communicatiegebied, terwijl teelballen en eierstokken als geslachtsorganen de seksualiteit representeren. De nieren daarentegen komen overeen met de partnerrelatie in de zin van een intieme medemenselijke ontmoeting.
Deze drie genoemde gebieden komen overigens ook overeen met de drie Oudgriekse begrippen voor liefde: philia (vriendschap), eros (seksuele liefde) en agape in de zin van de zich stapsgewijze voltrekkende eenwording met alles.

 Alle stoffen die het lichaam opneemt, komen ten slotte in het bloed terecht. De nieren hebben de taak van een centraal filtreerstation. Om deze taak te kunnen vervullen moeten zij weten welke stoffen van het organisme nuttig en bruikbaar zijn en welke afvalstoffen en vergiften uitgescheiden moeten worden. Voor deze zware taak beschikken zij over verschillende mechanismen, die wij hier, omdat zij fysiologisch gezien zeer complex zijn, tot twee basisfuncties zullen vereenvoudigen. De eerste stap in het fiitreerproces functioneert volgens het voorbeeld van een mechanische zeef, waarin deeltjes vanaf een bepaalde afmeting worden achtergehouden. De 'mazen' van deze zeef zijn precies zo groot, dat de kleinste eiwitmolecule (albumine) nog net kan worden achtergehouden. De tweede, zeer gecompliceerde stap berust op een samengaan van osmose en het tegenstroomprincipe. In wezen berust de osmose op een evenwicht tussen de druk en concentratieverschillen van twee vloeistoffen, die door een semipermeabele wand (membraan) van elkaar zijn gescheiden. Daarbij zorgt het tegenstroomprincipe ervoor, dat de twee verschillend geconcentreerde vloeistoffen voortdurend langs elkaar heen worden geleid, waardoor de nier in staat is, wanneer nodig, sterk geconcentreerde urine uit te scheiden (bijvoorbeeld ochtendurine). Bij het osmotische evenwicht gaat het er uiteindelijk om, dat de belangrijkste zouten voor het lichaam behouden blijven, en daarvan is dan onder andere weer het evenwicht tussen zuren en basen afhankelijk.

 De leek op medisch gebied heeft er meestal geen notie van hoe levensbelangrijk dit evenwicht tussen zuren en basen is, dat numeriek in de pH-waarde wordt uitgedrukt. Zo zijn alle biochemische reacties (bijvoorbeeld energieproduktie, eiwitsynthese) afhankelijk van een binnen enge grenzen stabiel blijvende pH-waarde. En daarmee blijft het bloed precies in het midden tussen basisch en zuur, tussen yin en yang.
Analoog is iedere partnerrelatie de poging om de beide polen: mannelijk (yang, zuur) en vrouwelijk (yin, basisch) in harmonisch evenwicht te brengen. Zoals de nieren ervoor zorgen dat het evenwicht tussen zuren en basen veilig gesteld is, zorgt analoog de partnerrelatie ervoor, dat men door de verbinding met een ander mens, die onze schaduw be-leeft, zelf de weg van de ver-vol-making gaat. Daarbij compenseert de andere (of 'betere') helft door zijn zo-zijn, wat onszelf ontbreekt.

 Het grootste gevaar in een partnerrelatie is echter altijd onze overtuiging, dat problematische en storende gedragingen uitsluitend het probleem van de partner zijn, waarmee wij zelf niets te maken hebben.
In dat geval blijft men zelf in de projectie steken en herkent men niet de noodzaak, noch het nut, aan het werk te gaan met de door de partner gereflecteerde eigen schaduwgebieden en deze te verwerken, om zo door bewustwording te groeien en te rijpen. Wanneer deze misvatting somatisch wordt, laten ook de nieren levensbelangrijke stoffen (eitwit, zouten) de filtreersystemen passeren en verliezen zij voor de eigen ontwikkeling wezenlijke bestanddelen aan de buitenwereld (bijvoorbeeld bij de glomerulonefritis). Zij laten daarmee hetzelfde onvermogen zien om belangrijke stoffen als eigen stoffen te herkennen als de psyche, die belangrijke problemen niet als behorend-bij-het-eigen-wezen herkent en daarom overlaat aan de ander.
Zoals de mens zich in de partner moet herkennen, hebben de nieren het vermogen nodig om de van buiten komende 'vreemde' stoffen te herkennen als belangrijke stoffen voor de eigen functie en ontwikkeling.
Hoe groot de betrokkenheid van de nieren bij het thema 'partnerrelatie' en 'contactvermogen' is, kan men goed uit bepaalde gewoonten van het dagelijks leven afleiden. Bij alle gelegenheden, waar mensen samenkomen met de bedoeling met elkaar in contact te treden, speelt het drinken een overgrote rol. Geen wonder, want drinken stimuleert het 'contactorgaan nieren' en daarmee ook het psychische contactvermogen. Het contact wordt al gauw nog inniger, als men met de gevulde glazen met elkaar gaat klinken. Zo kan men via het klinken zonder ongepastheid in intiemer contact treden. Ook het overgaan van het gedistantieerde 'u' op het vertrouwdere 'jij' gaat vaak samen met een of ander drinkritueel. Men begiet het contact!

Het tot stand komen van menselijk contact zonder gemeenschappelijk te drinken, is moeilijk voorstelbaar, wanneer wij denken aan een party, een gezellig samenzijn of een volksfeest; overal drinkt men zich moed in om dichter bij de ander te komen. Daarom ook bekijkt degene, die niet meedrinkt, een dergelijk gebeuren met argwanend oog, want wie niet, of weinig drinkt, geeft daarmee te kennen dat hij zijn contactorganen niet wenst te stimuleren en dat hij dus distantie wil houden.
Bij al deze gelegenheden geeft men duidelijk de voorkeur aan sterk diuretische (urinedrijvende) dranken, die de nieren bijzonder krachtig stimuleren, zoals koffie, thee en alcohol. (Direct na het drinken volgt het roken als belangrijke factor bij gezellige gelegenheden. Roken stimuleert ons andere contactorgaan, de longen. Het is algemeen bekend, dat men in gezelschap meestal veel meer rookt, dan wanneer men alleen is.)
Wie veel drinkt toont daarmee zijn verlangen naar contact – maar het gevaar bestaat, dat men op het niveau van de surrogaatbevrediging blijft steken.

 Nierstenen ontstaan o.a. door stoornissen in de stofwisseling en kristallisatie van overvloedig in de urine aanwezige stoffen (bijvoorbeeld urinezuur, calciumfosfaat, calciumoxalaat). Behalve de medeverantwoordelijke milieusituatie, is er een sterke correlatie tussen het gevaar van niersteenvorming en de hoeveelheid vloeistof die men drinkt. Een grote hoeveelheid vloeistof verlaagt de concentratie van een stof en vergroot de oplosbaarheid. Wordt er echter toch een steen gevormd, dan onderbreekt deze de vloeistofstroom en kan hij tot een koliek leiden. De koliek is een zinvolle poging van het lichaam om de blokkerende steen door peristaltische bewegingen van de urineleider naar buiten te transporteren. Dit buitengewoon pijnlijk gebeuren kan men met een bevalling vergelijken. De pijn van de koliek leidt tot een enorme onrust en hevige bewegingsdrang. Wanneer de lichaamseigen koliek niet voldoende is om de steen op zijn weg naar buiten in beweging te krijgen, adviseert de arts zijn patiënt zelfs, ook nog te gaan springen om dat doel te bereiken. Verder tracht de therapie, met name door ontspanning, toevoer van warmte en veel drinken, de 'steenbevalling' te bespoedigen.

 De overeenkomsten op het psychisch niveau zijn overduidelijk. De blokkerende steen bestaat uit stoffen, die eigenlijk uitgescheiden moesten worden, omdat zij niets meer kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van het lichaam. Deze steen komt overeen met een opeenstapeling van thema's, die men eveneens reeds lang had moeten loslaten, omdat zij niets meer te bieden hadden voor een verdere ontwikkeling.
Wanneer men echter aan onbelangrijke en achterhaalde thema's blijft vasthouden, blokkeren zij de stroom van de ontwikkeling en veroorzaken zij een stuwing. Het symptoom van de koliek dwingt dan om die bewegingen te maken, die men juist door zijn vasthouden aan het oude wilde verhinderen. De arts vraagt de patiënt precies het enig juiste te doen: te springen. Pas de sprong uit het oude kan de ontwikkeling weer op gang brengen en bevrijden van het achterhaalde (de steen).

 De statistiek kent het verschijnsel, dat mannen vaker aan nierstenen lijden dan vrouwen. Met de thema's 'harmonie' en 'partnerrelatie' hebben mannen meer moeite dan vrouwen, die van nature dichter bij deze principes staan.
Omgekeerd vormt de agressieve zelfhandhaving voor de vrouw een groter probleem, omdat dit principe de man meer vertrouwd is. Dit statistisch gegeven leerden wij al kennen bij het eerder besproken veelvuldig voorkomen van galstenen bij vrouwen. De bij de nierkoliek toegepaste therapeutische maatregelen beschrijven al duidelijk de principes, die bij de oplossing van problemen op het gebied van de harmonie en de partnerrelatie kunnen helpen: warmte als uitdrukking van toewijding en liefde, ontspanning van de verkrampte vaten als teken van het zich-openen en ruimer-worden en ten slotte de toevoer van vloeistof, die alles weer in vloeiende beweging brengt.

 Schrompelnieren – kunstnieren

 Het eindpunt in de ontwikkeling van de nierziekte is bereikt, wanneer alle functies van de nieren volledig zijn uitgevallen en daarom een machine, de kunstnier, de levensbelangrijke spoelingen van het bloed moet overnemen (dialyse).
Nu wordt de perfecte machine de nieuwe partner, omdat men niet bereid was met levende partners actief te werken aan de oplossing van zijn problemen.
Wanneer geen partner perfect en betrouwbaar genoeg was, of het verlangen naar vrijheid en onafhankelijkheid te sterk bleek, vindt men dan nu in de kunstnier een partner die ideaal en perfect is, omdat hij zonder voor zichzelf ergens aanspraak op te maken of iets te eisen, trouw en betrouwbaar alles doet wat men van hem verlangt.
Maar daar staat wel tegenover, dat men ook totaal van hem afhankelijk is: minstens drie keer per week moet men naar het ziekenhuis om hem te ontmoeten, of – wanneer men zich een eigen machine kan permitteren – slaapt men nachten achtereen trouw aan zijn zijde. Men kan zich nooit ver van hem verwijderen en men leert misschien via deze omweg, dat er nu eenmaal geen perfecte partner bestaat – zolang men zelf nog niet vol-komen is.

____________________________________________________________________________________

Nierziekten

 Wanneer men het aan of voor de nieren heeft, zou men zich het volgende moeten afvragen:

 1. Welke problemen heb ik op het gebied van mijn partnerrelatie?
 2. Heb ik de neiging in de projectie te blijven steken en daardoor te denken, dat de fouten van mijn partner alleen zijn probleem zijn?
 3. Laat ik het achterwege in alle gedragingen van mijn partner mijzelf te ontdekken?
 4. Houd ik aan oude problemen vast en verhinder ik daardoor de vloeiende stroom van de ontwikkeling?
 5. Welke sprongen wil mijn niersteen mij eigenlijk laten maken?

______________________________________________________________________________________



De blaas

  De blaas is het reservoir, waar in de vorm van urine, alle in de nieren uitgescheiden stoffen wachten om het lichaam te kunnen verlaten. De druk, die door de hoeveelheid urine ontstaat, dwingt na zekere tijd tot loslaten, wat een gevoel van opluchting geeft. Wij weten allemaal echter uit ervaring, dat de drang om te urineren vrij vaak duidelijk verband houdt met bepaalde situaties. Dat zijn altijd situaties, waarin de mens onder psychische druk staat, of het nu een examen, een therapie of een ander gebeuren is, waarmee angst voor het onbekende of stress is verbonden. De druk, die aanvankelijk psychisch wordt ervaren, wordt naar beneden in de blaas geschoven en daar dan als een lichamelijke druk gevoeld.
 
  Druk roept ons altijd op om los te laten en te ontspannen. Wanneer dit psychisch niet lukt, moeten wij het via de blaas lichamelijk toestaan. Via deze omweg wordt duidelijk merkbaar hoe groot de druk in werkelijkheid is, hoe pijnlijk het kan worden, als men niet loslaat en hoe bevrijdend anderzijds het loslaten is. Verder maakt de somatisch geworden druk het ook mogelijk, de passief gevoelde druk in een actieve druk om te zetten; men kan namelijk met het argument, dat men naar het toilet moet, bijna iedere situatie onderbreken en manipuleren. Wie naar het toilet moet, bespeurt druk en oefent tegelijkertijd druk uit – dat weet iedere leerling even goed als de patiënt. Zij gebruiken beiden dit symptoom onbewust, maar altijd doelgericht.
 
  Het hier heel duidelijke verband tussen symptoom en uitoefening van macht, speelt ook bij alle andere symptomen een niet te onderschatten rol. Iedere zieke heeft de neiging zijn symptomen ook als machtsmiddelen te gebruiken.
Daarmee raken wij aan een van de sterkste taboes van onze tijd. Uitoefening van macht is een basisprobleem van de mens. Zolang de mens een 'ik' heeft, streeft hij naar dominantie en machtsuitoefening. Ieder: '...maar ik wil' is een uitdrukking van dit streven het ego te laten domineren.
Omdat macht anderzijds een zeer negatief begrip geworden is, zien de mensen zich gedwongen hun machtswil steeds beter te camoufleren.
Naar verhouding hebben maar weinig mensen de moed hun aanspraak op macht openlijk uit te spreken en te beleven. Het merendeel probeert zijn verdrongen machtswil via omwegen door te drukken. In onze tijd gebruikt men daarvoor met name alle niveaus van ziekte en sociale zwakte. Deze niveaus zijn relatief veilig voor ontmaskering, omdat de projectie van de schuld op functionele ontwikkelingen en op de omgeving als verklaringsmodel algemeen is geaccepteerd en gelegitimeerd.

  Omdat bijna alle mensen deze niveaus in mindere of meerdere mate gebruiken voor hun machtsstrategieën, heeft niemand er belang bij dit verschijnsel te ontmaskeren, en iedere poging daartoe wordt verontwaardigd van de hand gewezen. Onze wereld kan met ziekte en dood gechanteerd worden. Door ziekte kan men bijna altijd dat bereiken, wat men zonder symptomen nooit zou krijgen: toewijding, aandacht, geld, vrije tijd, hulp en controle over anderen. De secundaire winst uit de ziekte, die verkregen wordt door het symptoom als machtsinstrument te gebruiken, staat vaak de genezing in de weg.

   Het thema 'symptoom als uiting van macht' is ook goed herkenbaar bij het zogenaamde bedwateren. Wanneer een kind overdag zo zeer onder druk staat (ouders, school) dat het niet kan loslaten, noch opkomen voor zijn eigen aanspraken, worden door het nachtelijke bedwateren verscheidene problemen in één keer opgelost: het loslaten als antwoord op de ervaren druk en tegelijkertijd een gelegenheid de anders zo machtige ouders tot totale hulpeloosheid te veroordelen. Via het symptoom kan het kind, veilig gecamoufleerd, al die druk weer teruggeven, die het overdag te dragen krijgt. Tegelijkertijd moet men het verband tussen bedwateren en huilen niet uit het oog verliezen. Beide activiteiten brengen ontlading en ontlasting van een innerlijke druk door los te laten. Men zou daarom het bedwateren ook kunnen zien als een 'huilen in het onderlichaam'.

 Ook bij alle andere blaassymptomen zijn de hierbesproken themagebieden betrokken. Bij de blaasontsteking geeft het brandende gevoel bij het urineren heel duidelijk aan, hoe pijnlijk het loslaten door de patiënt wordt beleefd. De voortdurende drang om te urineren, terwijl er toch geen, of maar heel weinig urine wordt uitgescheiden, drukt het absolute onvermogen uit, om ondanks de druk, los te laten. Bij al deze symptomen moeten wij bedenken, dat de stoffen, resp. thema's die men zou moeten loslaten, allemaal achterhaald en alleen nog maar ballast zijn.

__________________________________________________________________

Blaasziekten

 Blaasziekten roepen de volgende vragen op:

 1. Aan welke gebieden houd ik vast, hoewel zij achterhaald zijn en erop wachten uitgescheiden te worden?
 2. Waar zet ik mijzelf onder druk en projecteer ik die druk op anderen (examen, werkgever)?
 3. Welke achterhaalde thema's zou ik los moeten laten?
 4. Waarover huil ik?

__________________________________________________________________

Fragment uit boek: De zin van ziekzijn
Thorwald Dethlefsen & Rüdiger Dahlke
#8
Zelfonderzoek / R. Balsekar beschouwde spiritu...
Laatste bericht door Puppetji - 12 juni 2026, 16:44 u
Ramesh Balsekar beschouwde spiritueel zoeken als een onderdeel van de kosmische wil (Gods wil) en zag zelfonderzoek (zoals "Wie ben ik?") als een nuttig instrument voor het intellect. Zijn visie hierop kun je als volgt samenvatten:

  • De functie van het intellect: Volgens Balsekar kan zelfonderzoek de valse identificatie met het 'ik' (het lichaam-geest mechanisme) ontmantelen. Het helpt het intellect inzien dat de ware identiteit niet het ego is, maar het onveranderlijke Bewustzijn (het Zelf).

  • De paradox van de zoeker: Het is uiteindelijk het ego dat aan zelfonderzoek begint. Balsekar wees er echter op dat het uiteindelijke doel (verlichting) plaatsvindt wanneer het ego inziet dat het slechts een illusie is, niet een werkelijke "dader" met een eigen wil.

  • Zelfrealisatie en overgave: Hoewel zelfonderzoek een start kan zijn om het denken te kalmeren, benadrukte hij dat ware bevrijding ligt in de volledige acceptatie dat alles wat gebeurt wordt bestuurd door het universum.
#9
Byron Katie / Byron Katie on racism & preju...
Laatste bericht door Puppetji - 12 juni 2026, 14:43 u

#10
AwakenTheWorldFilm (YouTube) / Samadhi Movie 2017 - Deel 1 - ...
Laatste bericht door Puppetji - 11 juni 2026, 23:31 u

Hieronder een bespreking van de documentaire 'Samadhi Movie 2017 - Deel 1 - "Maya, de illusie van het Zelf"', inclusief de rode draad en een samenvatting van de belangrijkste transcriptiesegmenten.

De Rode Draad (De Essentie)

De centrale boodschap van de film is dat het menselijk lijden voortkomt uit een fundamentele misvatting over wie we zijn. De meeste mensen identificeren zich volledig met hun ego-constructie (het 'ik' of 'Zelf') [03:51], dat gevormd is door maatschappelijke conditionering, herinneringen en automatische patronen van verlangen en afkeer [08:12]. Deze identificatie wordt Maya genoemd: de illusie van het zelf [02:42].

Samadhi is het ontwaken uit deze droom of dit personage [11:53]. Het is geen prestatie of iets dat het ego kan "verkrijgen" [06:03], maar juist het volledig loslaten en laten vallen van de agenda van het ego [27:06]. Door middel van meditatie en diepgaand zelfonderzoek kan men de uiterlijke veranderlijke wereld (het denken en de zintuigen) observeren zonder erin op te gaan, waardoor de ware, tijdloze en onveranderlijke natuur van het bewustzijn wordt gerealiseerd [28:08].

Belangrijkste Thema's en Structuur van de Video

De film weeft verschillende filosofische, mythologische en psychologische concepten aan elkaar om deze rode draad uit te leggen:

1. Het Ego-Construct en de Gevangenis van de Geest

  • De Illusie: We geloven dat we ons beperkte lichaam en onze gedachten zijn [03:51]. Zelfs moderne spiritualiteit (zoals yoga of meditatie als loutere techniek) wordt vaak misbruikt door het ego om "spiritueler" of "beter" te willen worden [04:43], wat juist voor meer agitatie in de geest zorgt [05:10].

  • De Matrix: De geest fungeert als een filtersysteem of een gevangenis voor het pure bewustzijn [15:16]. De film stelt scherp: Je zit niet in de gevangenis; je bent zelf de gevangenis. [15:27].

2. Filosofische en Mythologische Metaforen

  • De Grot van Plato: Mensen zijn als gevangenen die alleen naar schaduwen op een muur kijken en geloven dat dit de realiteit is [12:43]. De schaduwen zijn analoog aan onze gedachten [13:35]. Samadhi vereist dat we onze aandacht afkeren van de schaduwen, richting het licht [14:15].

  • René Descartes vs. De Boeddha: Descartes stelde "Ik denk, dus ik ben", wat volgens de film de ultieme identificatie met de schaduwen op de muur weerspiegelt [22:02]. De Boeddha daarentegen ging voorbij het denkende intellect en drong door tot het niveau van Anatta (geen-zelf) [03:51], [23:41].

  • Sisyphus: De mens zwoegt eindeloos voort voor een toekomst die nooit komt [30:34]. Vóór verlichting rolt men de steen de berg op met innerlijk verzet; na verlichting doet men nog steeds hetzelfde werk (hout hakken, water dragen), maar is het innerlijke verzet en de worstelaar verdwenen [32:15].

3. De Innerlijke Oorlog en de Oplossing

  • De Wereld als Spiegel: Externe crises (oorlog, vervuiling, ziekte) zijn louter reflecties van onze innerlijke verdeeldheid [31:32], [36:25]. Vechten voor vrede is als schreeuwen om stilte; het creëert juist meer dualiteit [34:29].

  • De Oplossing: Samadhi is het laten vallen van elk innerlijk verzet tegen wat er op elk moment opkomt [33:18]. Wanneer de identificatie met de ego-structuur wegvalt, verdwijnt de scheidslijn tussen 'mij' en 'de ander' [45:45]. De geest wordt dan een dienaar van het hart in plaats van de meester [50:52].

Belangrijke Kernpassages uit het Transcript

Hieronder vind je de cruciale citaten en inzichten die de film dragen:

  • Wat is Samadhi? > "Samadhi is een oud Sanskriet woord waarvoor geen modern equivalent bestaat... De bedoeling is niet om je informatie te geven voor je verstand, maar om je te inspireren om direct je ware natuur te ontdekken." [01:23], [01:53]

  • Sterven voor je sterft:

  • "Samadhi gaat niet over het bereiken of toevoegen van iets aan jezelf. Samadhi realiseren is leren sterven voordat je sterft." [06:03]

  • Het Masker en het Toneel:

  • "De persoon die men wordt, is een masker dat over het bewustzijn wordt gedragen... In een ontwaakt individu schijnt het bewustzijn door de persoonlijkheid heen." [10:31], [10:53]

  • De Machine en de 'Kleine Baasjes':

  • "De machine ben jij. Je zelf-structuur bestaat uit vele kleine geconditioneerde subprogramma's of kleine baasjes... Eén zoekt voedsel, een ander geld, status, seks... De weg naar vrijheid is niet zelfverbetering, maar het volledig laten vallen van de agenda van het zelf." [25:57], [27:01]

  • De Uitnodiging tot Ontwaken:

  • "De meeste mensen denken dat ze vrij, bewust en wakker zijn... Voordat het mogelijk wordt om te ontwaken, is het noodzakelijk te accepteren dat je slaapt en in de Matrix leeft." [52:52], [53:11]

De video eindigt met de krachtige quote van Jiddu Krishnamurti: "Het is geen maatstaf voor gezondheid om goed aangepast te zijn aan een diep zieke samenleving." [57:37]. Identificatie met de egoic geest is de ziekte, en Samadhi is de remedie [57:55].

bron: Gemini AI