Dunne darm en dikke darm

Gestart door Puppetji, 9 juni 2026, 19:44 u

Vorige topic - Volgende topic

0 Leden en 1 gast bekijken dit topic.

Puppetji

Dunne darm en dikke darm

 In de dunne darm voltrekt zich de eigenlijke vertering van het voedsel door splitsing in afzonderlijke bestanddelen (analyse) en door assimilatie. Er bestaat tussen de dunne darm en de hersenen een opvallende gelijkenis. Zij hebben ook een soortgelijke taak en functie: De hersenen verteren de indrukken op het niet-stoffelijke niveau, de dunne darm verteert de stoffelijke indrukken. Bij klachten in de streek van de dunne darm zou men zich moeten afvragen, of men niet te veel analyseert, want de karakteristiek van de dunne-darmfunctie is de analyse, de splitsing, het detailleren. Mensen met dunne-darmklachten hebben de neiging te veel te analyseren en te kritiseren, zij hebben op alles wat aan te merken. Voorts is de dunne darm een goede indicator voor het bestaan van existentiële angsten. In de dunne darm wordt het voedsel productief gemaakt en volledig benut. Achter een te grote nadruk op het gebruiken en benutten, verbergt zich echter altijd een existentiële angst; angst dat er niet genoeg uitgehaald wordt en men zal verhongeren. Veel minder vaak komt het voor dat dunne-darmproblemen op het tegendeel wijzen: te weinig kritisch vermogen. Dat is het geval bij de zgn. vetfaeces (te veel vet in de ontlasting) bij insufficiëntie van de pancreas.
 
Een van de meest voorkomende symptomen, behorend bij de streek van de dunne darm, is de diarree. De volksmond zegt: aan de schijt zijn, of ook: in je broek schijten van angst. Aan de schijt zijn betekent bang zijn. Diarree verwijst naar een angstproblematiek. Wanneer men angst voelt heeft men niet meer de tijd zich analytisch met de indrukken bezig te houden. Men laat alle indrukken onverteerd door de darm vallen. Er blijft niets meer hangen. Men trekt zich terug op een stil en eenzaam plekje, waar men de dingen dan op hun beloop laat. Daarbij verliest men veel vocht; het vocht als symbool voor flexibiliteit, die juist nodig is om de beangstigende (enge) ik-grens te verruimen en daardoor de angst te overwinnen. Wij hebben er al eerder op gewezen, dat de angst altijd met engte en met vasthouden verbonden is. De therapie van de angst luidt altijd: loslaten en verruimen, flexibel worden en laten gebeuren. De therapie bij diarree beperkt zich meestal tot het toedienen van grote hoeveelheden vocht. Daarmee krijgt de patiënt symbolisch de flexibiliteit, die hij nodig heeft om zijn grenzen, waarbinnen hij de angst beleeft, te verruimen. Diarree, of deze nu chronisch of acuut is, geeft ons altijd te verstaan, dat wij angst hebben en te veel willen vasthouden, en leert ons los te laten en te laten gaan.

 In de dikke darm is de eigenlijke vertering al beëindigd. Hier wordt alleen nog het water onttrokken aan de onverteerbare resten van het voedsel. De meest voorkomende storing in dit gebied is de verstopping. Sedert Freud interpreteert de psychoanalyse de stoelgang als een daad van geven en schenken. Wanneer wij denken aan uitdrukkingen als: De duivel schijt altijd op de grote hoop en een ezeltje schijtgeld, dan wordt ons al gauw duidelijk, dat drek symbolisch iets met geld te maken heeft. De volksmond zegt, wanneer wij per ongeluk in hondedrek stappen, dat wij in het (materieel) geluk getrapt hebben. Aanwijzingen genoeg om ook zonder uitgebreide theorie de symbolische samenhang tussen drek en geld, resp. stoelgang en iets afstaan duidelijk te maken. Verstopping is uitdrukking van het niet-willen-afstaan, van het willen-vasthouden en roert altijd het probleemgebied van de gierigheid aan. Verstopping is in onze tijd een zeer verbreid symptoom, waaraan het merendeel van de mensheid lijdt. Zij laat duidelijk zien, dat men te zeer vasthoudt aan het materiële en niet in staat is op materieel gebied los te laten.

 Maar de dikke darm heeft nog een andere belangrijke symbolische betekenis. Zoals de dunne darm met het bewuste, analytische denken overeenkomt, komt de dikke darm overeen met het onbewuste in de letterlijke betekenis van de 'onderwereld'. Het onbewuste is mythologisch gezien het dodenrijk. De dikke darm is eveneens een dodenrijk, want in deze darm bevinden zich de stoffen, die niet in leven kunnen worden omgezet; het is de plaats waar gisting kan optreden. Gisting is eveneens een verrottings- en sterfproces. Zoals de dikke darm het onbewuste, de nachtzijde in het lichaam, symboliseert, komt de drek met de inhouden van het onbewuste overeen. Maar daarmee zien wij duidelijk de volgende betekenis van de verstopping: de angst om onbewuste inhouden aan het licht te laten komen. Het is de poging om onbewuste, verdrongen inhouden 'onder zich' te houden. Psychische indrukken worden opgehoopt en men slaagt er niet in weer van deze indrukken afstand te nemen. De verstopte patiënt kan letterlijk niet achter-laten.

Daarom is het voor een psychotherapie zeer nuttig primair een bestaande verstopping op het lichamelijke vlak op te heffen, opdat analoog ook de onbewuste inhouden te voorschijn kunnen komen. Verstopping laat ons zien dat wij problemen hebben met het afstaan en loslaten, dat wij zowel materiële zaken als onbewuste inhouden willen vasthouden en niet aan het licht willen laten komen.
 
Colitis ulcerosa heet een acuut beginnende en tot chronisch verloop neigende ontsteking van de dikke darm. Deze ontsteking gaat gepaard met buikpijn en bloederig-slijmerige diarree. De mens, die aan deze ontsteking lijdt, heet in de volksmond een slijmerd (in het Duits nog pregnanter een 'Schleimscheiszer'). Ook deze uitdrukkingen getuigen van een goed inzicht in psychosomatische processen. Wij kennen hem allemaal: de slijmerd! Hij kruipt iemand in zijn gat om bij hem in de gunst te komen. Maar daarvoor moet hij zijn eigen persoonlijkheid opofferen, moet hij afstand doen van zijn eigen persoonlijk leven, om in de plaats daarvan het leven van een ander te delen, (...kruipt men iemand in zijn gat, dan leeft men daar met hem in symbiotische eenheid.) Bloed en slijm zijn levensstoffen, zijn oeroude symbolen van het leven. (De mythen van een paar natuurvolken vertellen, hoe al het leven zich ontwikkelde uit het slijm.) De mens die bloed en slijm verliest, heeft angst zijn eigen leven en zijn eigen persoonlijkheid te verwerkelijken. Het eigen leven vereist echter, dat men een eigen positie tegenover de ander opbouwt, wat een zekere eenzaamheid met zich meebrengt (verlies van de symbiose). Daar is de cohtispatiënt bang voor. Van angst zweet hij water en bloed – via de darm. Via de darm (= het onbewuste) offert hij de symbolen van zijn eigen leven: bloed en slijm. Het enige wat hem helpen kan is het besef, dat iedere mens zijn eigen leven in eigen verantwoordelijkheid moet leven – of hij verliest het.

Uit boek De zin van ziekzijn: signalen en betekenis van ziekten.
 Door Thorwald Dethlefsen,Rüdiger Dahlke.
Er is slechts eeuwig, keuzeloos Zijn zonder begin of einde. - https://rameshbalsekar.com/teachings/